Klein maar fijn maandag 03 juli 2017

Afgelopen week kwamen een paar onthutsende cijfers naar buiten over één van onze grootste concullega’s op het gebied van trackers. Vanguard, een van de grootste uitgevers van ETF’s ter wereld, heeft van 468 van de 500 bedrijven uit de S&P 500 (de Amerikaanse hoofdindex) meer dan 5% in bezit.

De getallen zijn duizelingwekkend. Het totale vermogen onder beheer bij Vanguard was op 31 december vorig jaar 4 biljoen dollar (4.000 miljard). Dat geld zit in 180 Amerikaanse fondsen en 190 fondsen buiten de VS. Het geld is afkomstig van meer dan 20 miljoen beleggers uit 170 landen.

Nog meer feitjes? Deze is ook leuk. In totaal werken er bij Vanguard 15.000 mensen. Een snel rekensommetje leert dat Vanguard per werknemer dus gemiddeld 267 miljoen dollar beheert!

De kracht van Vanguard is dan ook de massa. Hoe meer beleggers aanmonsteren bij Vanguard, hoe lager de kosten. Die kosten zijn trendsettend in de wereld van de ETF’s. 

Onderscheidend vermogen

Dat maakt het moeilijk voor de concurrentie om zich te onderscheiden. Uiteindelijk volgt een deugdelijke ETF gewoon de grote indices en is het ook daarop moeilijk om onderscheidend te zijn. Wat maakt dat Think ETF’s dan toch bestaansrecht heeft? De vele Nederlandse beleggers die via ons hun vermogen opbouwen en uitbouwen hebben daar wel degelijk goede redenen voor.

Ten eerste is voorkomen van dividendlekkage bijvoorbeeld, vrij uniek in de ETF-wereld. Dat levert u als belegger tot 0.5% extra op. Dat is op een gemiddeld belegd vermogen van € 30.000, €150 per jaar. Wie alles bij elkaar optelt, komt dus al gauw op een mooi hoger rendement dan wanneer via een buitenlandse tracker wordt belegd.

De home bias

Dan de home bias. Beleggers investeren hun geld liever in eigen land, eigen bedrijven en eigen valuta. Dat geldt zeker voor de Amerikanen, maar natuurlijk ook voor ons Nederlanders.

Tegenpartijrisico
En als derde wil ik toch de risico’s noemen die u bij sommige buitenlandse ETF-uitgevers loopt. Het uitlenen van uw aandelen bijvoorbeeld, gebeurt op grote schaal bij de buitenlandse vermogensbeheerders.

Ja, daar verdienen ze wat geld mee. Maar het zijn wel úw aandelen, waar iemand anders short mee gaat. En dan is er altijd nog het tegenpartijrisico, wanneer de lener van die aandelen opeens niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen.

Concurrentie is natuurlijk uitstekend, dat heeft de kosten van ETF’s op het huidige lage niveau gebracht.  

En trouwens, het motto van Vanguard kan ik ook van harte onderschrijven:  

‘To take a stand for all investors, to treat them fairly, and to give them the best chance for investment success’

We doen eigenlijk niet anders hier. Nou ja, misschien nog net dat kleine beetje extra dan…